Omgeving Roggeveld, zo’n 500 meter westelijk van de Grebbesluis, zondagmiddag 12 mei 1940.
Rond 15:00 uur ontmoet regimentscommandant Hennink op zijn commandopost aan de Levendaalseweg, circa 500 meter ten oosten van de spoorlijn, de commandant van het 2e Bataljon, majoor Jacometti.
Jacometti geeft aan een tegenstoot – een tegenaanval – te willen uitvoeren met één sectie (wat tegenwoordig als een peloton zou gelden) om de in het zuidelijke deel van zijn bataljonsvak doorgedrongen Duitsers terug te werpen.
Jacometti had zijn 2e Bataljon in de nacht van donderdag op vrijdag in stelling laten gaan in de strook ten noorden van de Grebbeberg. Twee van zijn compagnieën bevonden zich in de hoofdweerstandslijn achter de Grift. De stoplijn werd verdedigd door de 16e Mitrailleurcompagnie onder leiding van reserve-kapitein H.M. Vestdijk en de 3e Compagnie van reserve-kapitein J.N. Hakkert.
De 1e sectie van Hakkert was onder bevel gesteld van de 16e Mitrailleurcompagnie en bevond zich in dat vak, ter bescherming van de mitrailleurstellingen. De Mitrailleurcompagnie sloot rechts aan op het bataljon van Landzaat. De 4e sectie van Hakkert stond onder bevel van de 2e Mitrailleurcompagnie van Schoevaars.
Hakkert had dus de helft van zijn compagnie – de 2e en 3e sectie – onder zijn directe bevel. Zijn compagnies vak grensde aan dat van de mitrailleurcompagnie, met zijn 2e sectie rechts en zijn 3e sectie links.
De commandopost van Hakkerts compagnie lag direct achter de 2e sectie. De commandopost van Hakkert was een geïsoleerde schuilplaats, niet verbonden met de secties.
De commandopost van Jacometti bevond zich op de vakgrens tussen de 3e Compagnie van Hakkert en de 16e Mitrailleurcompagnie.
Enkele honderden meters naar achteren bevond zich de regimentscommandopost van Hennink. Men zou kunnen stellen dat de eenheden van Hakkert en Vestdijk dienden ter beveiliging van zowel deze belangrijke commandopost als die van Jacometti.
De 16e Mitrailleurcompagnie van Vestdijk was uitgerust met Vickers mitrailleurs. Op zaterdag kon Vestdijk vanuit de linker opstelling met zes mitrailleurs vuursteun geven aan de 2e Compagnie van Wiersinga bij boerderij Kruiponder. Hij nam ook andere doelen in het voorposten gebied onder vuur. Verder verliep de zaterdag rustig, ondanks een artilleriebeschieting die rond 11.00 uur begon.
Vestdijk merkte op dat een stuk pantserafweergeschut onder leiding van sergeant Meijer op zaterdagmiddag verdwenen was. Die nacht raakte één van de mitrailleurs onklaar. Op zondagmorgen kwam de positie onder artillerievuur te liggen. Tot dat moment was er nog geen enkele vijand waargenomen.
Op zondagochtend rond 11.00 uur was Jacometti onderweg naar een van zijn voorste compagnieën.
Ook Hennink wilde op dat moment poolshoogte gaan nemen. Vergezeld door drie ordonnansen pikte hij op de commandopost van Jacometti kapitein Bor op. Deze groep begaf zich vervolgens in zuidelijke richting naar de commandopost van Landzaat bij het Dierenpark. Nu ook vergezeld door bataljonscommandant Landzaat trok de groep via de Heimersteinse Laan in oostelijke richting – richting de vijand.
Onderweg sprak Hennink met Landzaat over de opvattingen van de hogere legerleiding. Volgens Bor had hij het daarbij over “het regiment der lafaards”. Hennink stond vermoedelijk onder druk van divisiecommandant Van Loon om agressief op te treden en zo de smet van het “regiment der lafaards” weg te nemen.
Na deze ontmoeting – waarvan het onduidelijk is of Jacometti daarbij aanwezig was – verscheen hij op de commandopost van Hennink met het voornemen een aanval uit te voeren. Hennink greep niet in, accepteerde Jacometti’s initiatief en gaf daarmee impliciet zijn toestemming.
Jacometti vertrok bij de regimentscommandant en begaf zich naar de commandopost van Hakkert. Hakkert kreeg de opdracht een sectie af te staan voor de tegenaanval.
Hij wees daarvoor de 2e of 3e sectie van luitenant Rentjes aan. Jacometti leek haast te hebben, want hij gaf Hakkert opdracht om met de dichtstbijzijnde groepen van de 2e of 3e sectie onder vaandrig Elzas mee te gaan. Hakkert, vaandrig Elzas en zo’n veertig man verplaatsten zich onder leiding van Jacometti in zuidelijke richting naar de Heimersteinse Laan. Daar sloegen ze linksaf richting het Roggeveld, in het compagniesvak van kapitein Maas – die van deze tegenaanval niet op de hoogte was.
Het relatief open terreindeel vóór de compagnie van Maas was het Roggeveld. Inmiddels bevonden de Duitsers zich aan de overzijde daarvan. De groep ging direct over tot de aanval en trok het Roggeveld in. Jacometti leidde de rechtervleugel, Elzas de linker en Hakkert het centrum. De groep kwam vrijwel direct onder effectief vijandelijk vuur te liggen, én onder eigen vuur vanaf de rechterflank, afkomstig van de compagnie van kapitein Maas.
De aanval bleek dus haastig en slecht gecoördineerd; van enig overleg met neveneenheden was geen sprake geweest.
Daarbij weigerden de meegenomen mitrailleurs dienst.
Nadat de veerspanning was gecontroleerd, namen de schutters Reuvers en Melchers de wapens uit elkaar. De mitrailleurs weigerden automatisch vuur te geven, schot voor schot lukte het nog.
Jacometti stormde met getrokken sabel op de Duitsers af en werd dodelijk getroffen. Sergeant Hulsker raakte gewond. Schuilenburg en Kaak sneuvelden. Ook Mahler werd geraakt.
Sergeant Boerkoel meldde aan Elzas dat Jacometti was gesneuveld.
Daarop trokken Hakkert en Elzas zich met de overlevenden terug naar de loopgraaf van de 3e sectie van de 2e Compagnie van kapitein Maas, onder bevel van sergeant Pilzecker. Deze bevond zich aan de Heimersteinse Laan. Daar werden de mitrailleurs opnieuw gecontroleerd.
De loopgraaf van Pilzecker raakte overvol. Er bevonden zich nu soldaten van zowel het 2e als het 3e Bataljon van 8RI, en daarnaast van 11RI en 19RI. Kapitein van Alewijk was er eveneens, net als vaandrig van der Neer en luitenant Wijnands. Iedereen zat door vijandelijk mitrailleurvuur vastgeklemd in de loopgraaf. Alleen ordonnans Chotzen durfde de loopgraaf te verlaten.
Chotzen evacueerde de gewonde Hulsker naar achteren. Hakkert gaf Chotzen de opdracht ook de regimentscommandopost te informeren over de desastreus verlopen aanval.
Rond 18:00 uur bracht ordonnans Chotzen regimentscommandant Hennink het bericht dat Jacometti was gesneuveld.
Kapitein Van den Berg, die door Jacometti’s adjudant – eerste luitenant K. Broeksma – was gewaarschuwd, nam daarop het commando over het 2e Bataljon van 8RI over.
Chotzen keerde terug naar de loopgraaf met de opdracht dat Hakkert zich naar zijn eigen commandopost moest begeven. Dat was rond 19:30 uur. Kapitein Van Alewijk bleef achter en nam het commando op zich over de aanwezige eenheden in de loopgraaf van sergeant Pilzecker.
Rond dezelfde tijd belde bataljonscommandant Landzaat met de mededeling dat hij een tegenaanval had laten uitvoeren door de compagnie van kapitein Brittijn.
Hennink rapporteerde alle informatie aan divisiecommandant Van Loon. Van Loon meldde dat het 4e Regiment Huzaren en het 1e Bataljon van het 24e Regiment Infanterie de stoplijn zouden komen versterken. Het effect van deze beide versterkingen bleek uiteindelijk minimaal.
Bij deze roekeloze en slecht voorbereide tegenaanval sneuvelden Jacometti en de dienstplichtige soldaten J.Th.A. Flint, M.A. Haggeman, J.W. Jansen, G.F.B. Jurrius, B.H. Smits, L.B. Span, H.J. Teunissen, P.A. Verhoeff, G.H.J. Willemsen.
Uit een document van 23 maart 1946 van de Kanselarij der Nederlandse Orden blijkt dat er een voordracht lag voor een M.W.O. ridder 4e klasse voor de reserve Majoor der Infanterie J.H.A. Jacometti. Uiteindelijk is deze M.W.O. omgezet in de Bronzen Leeuw:
Onderscheiding toegekend volgens Koninklijk Besluit 09-05-1946 Nr. 6 wegens:
“Heeft zich door het bedrijven van bijzonder moedige en beleidvolle daden in den strijd tegenover den vijand onderscheiden, door op 12 Mei 1940 op den Grebbeberg aan het hoofd van enkele groepen infanterie een tegenstoot uit te voeren tegen den op korten afstand doorgedrongen vijand. Is aan het hoofd van deze afdeeling gesneuveld.”