Huzarenstuk tussen Arnhem en de Grebbeberg – 10 mei 1940

Het 4e Regiment Huzaren (4RH) had als opdracht de Duitse opmars vanaf de IJssellinie te vertragen teneinde de verdedigers in de Grebbelinie voldoende tijd te geven om in stelling te komen om voorbereid te zijn op de op handen zijnde aanval. Met name het 5e Eskadron van 4RH speelde een belangrijke rol in de aanloop naar de gevechten bij de Grebbeberg.

Begin mei 1940 werd 4RH gereorganiseerd en bestond daarna uit twee eskadrons te paard, vier rijwieleskadrons, een mitrailleureskadron en een eskadron pantserafweergeschut. Een eskadron is vergelijkbaar met een compagnie en bestond destijds uit zo’n 160 man. Een eskadron bestond weer uit vier pelotons.

Voor haar oorlogstaak was 4RH extra versterkt met het bereden 3e eskadron van 3RH (3-3RH) en het 3e en 4e peloton pantserwagens afkomstig van het 2e Eskadron Pantserwagens. Het 3e Rijwieleskadron (3-4RH) was aan Brigade B afgestaan, die het Land van Maas en Waal verdedigde.

Het 5e eskadron was zo’n rijwieleskadron en had de beschikking over 12 lichte mitrailleurs. Daarnaast beschikte het eskadron over een mortiersectie en een peloton pantserwagens. Dat laatste peloton bestond alleen op papier, hiervoor in de plaats waren er twee verouderde pantserwagentjes van het Korps Rijdende Artillerie aanwezig.

Luitenant-kolonel de Marees van Swinderen had per 1 mei 1940 het commando gekregen over 4RH en was daarom onbekend met zijn eenheid en met het voorliggende operatiegebied.

De oorlogsopdracht was het verkrijgen van inlichtingen, het voeren van een vertragend gevecht en daarna te fungeren als legerkorpsreserve:

“4 RH zal geen ernstige gevechten met een overmachtige vijand aangaan, doch voeling houdende met de vijand vertraging veroorzaken door het uitvoeren van voorbereide vernielingen, teneinde zo veel mogelijk intact als legerkorpsreserve binnen de stelling te komen”

4RH diende dus als vertragend element voor het in het zuidelijk gedeelte van de Grebbelinie verdedigende IIe Legerkorps.

Het idee was om met het tijdig vernietigen van wegen en bruggen de vijand tijdverlies op te leggen.

Voor de regimentscommandant en vijf van de zes veldeskadrons was deze oorlogsopdracht echter nieuw en het terrein was onbekend.

De Marees van Swinderen zijn plan bestond uit drie lijnen.

De eerste was het Apeldoorn-Dierenkanaal. Eén rijwieleskadron moest de vijftien bruggen over dit kanaal opblazen en daarna terugtrekken naar Ede.

De tweede lijn was de lijn Schweizerhöhe-Wolfheze-Oosterbeek. Deze lijn werd door het 5e en 3e eskadron bezet.

Het 5e rijwieleskadron (5-4RH) onder leiding van kapitein Nijhof moest ten zuiden van de spoorlijn Arnhem-Ede het vertragend gevecht voeren. Tussen Oosterbeek, Heelsum en Renkum werden wat we nu blocking positions zouden nomen ingericht en steeds tijdelijk verdedigd.

Ten noorden van de spoorlijn zou het 3e bereden eskadron (3-3RH) van ritmeester van der Voort van Zijp nabij Schweizerhöhe een hindernis opwerpen op de weg Arnhem-Ede en deze kort verdedigen.

De derde lijn was de lijn Lunteren – Ede – Renkum.  De resterende eskadrons zouden om Ede heen verdedigende posities innemen.

De regimentscommandopost was in café de Langenberg – nu een pannenkoekenrestaurant – aan de oostkant van Ede, destijds nog maar een dorp.

Na de uitvoering van de opdracht moest 4RH de Grebbelinie doorschrijden, verzamelen in de bossen bij Hotel ‘De Donderberg’ in Leersum en daarna dienen als reserve van het IIe Legerkorps.

Op 9 mei 1940 was 4RH gelegerd in de infanteriekazerne Johan Willem Friso in Ede. De voorste eskadrons bevonden zich verder naar het oosten. 4-4RH was gelegerd in Dieren en 5-4RH  was gelegerd in Arnhem.

’s Avond bereikten 4RH al berichten over dreigend gevaar. Anticiperend werden de ondergeschikte eenheden om 03:00h gealarmeerd en naar hun gevechtspositie gedirigeerd. Toen op 10 mei om 04:58h de melding van de staf van het IIe Legerkorps binnenkwam dat de oorlogstoestand werd ingetreden was het regiment daarom nagenoeg al volledig in stelling.

Het opblazen van de bruggen over het Apeldoorns-Dierenkanaal werd zonder al te grote problemen uitgevoerd.

De tweede lijn lag exact in de opmarsroute van SS-Regiment “Der Führer”. Vanuit Westervoort probeerde dit regiment via op te rukken in westelijke richting. Er ontstond al snel vuurcontact met de voorste eenheden van 5-4RH van kaptein Nijhof.

Nijhof had twee pelotons en zijn commandogroep in Oosterbeek opgesteld. Eén peloton bevond zich in aan de oostkant van Heelsum, nabij de Veentjesbrug. Zijn vierde peloton  was opgesteld in de bosrand bij Keijenberg,, richting Bennekom, met als opdracht om de weg naar Bennenkom af te sluiten. Nijhof zijn eskadron was versterkt met een sectie zware mitrailleurs, twee mortieren en een stuk pantserafweergeschut.

In Oosterbeek was één peloton opgesteld bij station Oosterbeek-Laag.  Het tweede peloton zat een kilometer naar het Noorden, bij de Schelmse brug, met een hoofdschootsveld richting de spoorbaan en de straatweg Arnhem-Utrecht. Bij dit laatste peloton had Nijhof de sectie zware mitrailleurs ingedeeld. Op dezelfde positie bevonden zich ook de 2 stukken van de mortiersectie, met als belangrijkste doel het lager gelegen deel van de weg ten oosten van station Oosterbeek-Laag. Het pantsergeschut stond hier ook. Helaas werd de sectie zware mitrailleurs op last van de regimentscommandant voordat deze ingezet kon worden naar Ede terug geroepen.

Korporaal de Vries en huzaar Bruyl werden voor het innemen van een observatiepost naar voren gedirigeerd. Hun opdracht was om vanaf de hoge grond nabij de KEMA-fabriek meer zicht te krijgen op het voorterrein achter de spoordijk. De mannen kwamen rond 07:00h aan. Zodra vijand zou worden waargenomen zouden zij met een wit laken een signaal geven, dat door een waarnemer zou worden doorgegeven aan Nijhof.

Al om 08:00h had 5-4RH alle opgedragen vernielingen uitgevoerd. Daarnaast werden nog wat extra boomversperringen aangebracht.

Rond 09:45h arriveerden vanuit de richting Arnhem een autobus en een paar personenauto’s bij de observatiepost van De Vries en Bruyl. Door de laagstaande zon kon De Vries niet zien wie er in de voertuigen zaten. Wel hadden enkele inzittenden een witte armband om, het kenteken van een hulporganisatie uit Arnhem. Nadat De Vries een stopteken gaf stapte een Duitse officier uit en riep:

“Handen omhoog!”

De Vries opende het vuur, gevolgd door Bruyl. In het daaropvolgende vuurgevecht raakte De Vries gewond en viel neer. Ondertussen had de waarnemer het vuurgevecht bij Nijhof gemeld. Nadat hij gewond neerviel kroop De Vries een portiek in. De Vries en Bruyl werden ingesloten en krijgsgevangen genomen. Tijdens de daarop volgende ondervraging hield de Vries zijn mond.

Nijhof kwam rond 11:00h onder vijandelijk artillerievuur te liggen. Om 11:15h werd een vijandelijke eenheid van zo’n 200 man gespot bij de Utrechtse Straatweg nabij het viaduct. Tevens werd een vijandelijke patrouille waargenomen bij station Oosterbeek-Laag.

Nijhof raakte bij de voorbereiding van de verdediging gewond aan zijn voet. Hij had bij het opblazen van een brug een scherf in zijn voet gekregen. Zijn middenvoetsbeentje was hierbij gebroken. Een stevig drukverband en een wandelstok waren voldoende om het commando te blijven voeren. Voor zijn eigen  mobiliteit vorderde hij een personenwagen.

Omdat de vijandelijke druk toenam verzocht Nijhof rond 11:30h om te mogen terug trekken. De regimentscommandant gaf hem de vrijheid om naar eigen inzicht te handelen. Nadat hij zijn neveneenheid informeerde trok Nijhof rond 12:45h terug naar Heelsum.  De commandogroep voegde zich daar bij het peloton dat daar al in stelling lag. De twee pelotons van de voorhoede van Nijhof en ondersteunende eenheden trokken door naar Renkum en namen stelling aan de voet van de Wageningse Berg.

Kapitein Nijhoff, hoewel gewond aan een voet, bleef bij zijn eenheid en richtte zijn commandopost in bij het peloton in Heelsum. Vanuit de stelling in Heelsum werden vijandelijke verkennende motorrijders buiten gevecht gesteld en het stuk pantserafweergeschut, opgesteld bij de Veentjesbrug, kon een Duitse pantserwagen tot stilstand brengen. De Duitsers dreigden een omtrekkende beweging over Wolfheze te maken en het peloton af te snijden. Door op Renkum terug te trekken, lukte dit niet.

Het peloton van Nijhof voegde zich in Renkum bij de drie overige pelotons die een opstelling hadden ingenomen over een breedte van 4 kilometer, langs de noord-zuid lopende bosrand ten westen van Renkum.

Rond 16:00h betrok Nijhof zijn nieuwe commandopost bij het pompstation, in de bosrand ten westen van Renkum, waar zich ook één peloton en een stuk pantserafweergeschut bevond. Een tweede peloton was opgesteld bij Oranje-Nassauoord, zo’n 400 meter noordelijker. Een derde peloton bij Keijenberg en Kwadenoord, een kilometer verderop. Het vierde peloton was vooruit gestuurd naar Wageningen. Rond 17:00h arriveerde de voorste eenheid van Wäckerle, een versterkte compagnie van een man of 200, in Renkum. Het eskadron werd beschoten met mitrailleurs en mortiervuur. Nijhoff vroeg ook artillerievuur aan. Even later, zo rond 17:30h sloegen de granaten in op de Duitse posities. Een kwartier later trok het eskadron terug door Wageningen richting Leersum. Bij Wageningen werden ze beschoten door eigen troepen. Bij het gevecht in Renkum verloor het eskadron 1 korporaal en 4 huzaren.

Tijdens de terugtocht uit Renkum raakten er 3 huzaren vermist. De huzaren Ten Barge, Boss en Schuurman maakten deel uit van een groep van het 1e peloton van reserve eerste luitenant der Wielrijders Gesner van der Voort. Groepscommandant wachtmeester Bosman kon deze mannen niet meekrijgen. Waarschijnlijk hadden zij in de commotie van het gevecht de opdracht tot terugtrekken niet meegekregen.

Voor de Grebbeberg kwam het 1e peloton onder eigen vuur van de zware mitrailleurs van de voorste eenheden van het 8e Regiment Infanterie (8RI). Deze eenheden in het voorpostengebied wisten niets van eigen eenheden voor de voorste lijn eigen troepen. Ze hadden de opdracht om te schieten op alles dat op hen af kwam.

Gesner van der Voort liet zijn mannen dekking zoeken in greppels. Wachtmeester Dijkstra en 2 huzaren meldden zich als vrijwilliger om contact te maken met 8RI. Ze bonden een onderbroek bij wijze van witte vlag op een karabijn, gingen – nog steeds onder eigen mitrailleurvuur door 8RI – voorzichtig voorwaarts en maakten contact met een vaandrig van 8RI. Uiteraard stopte daarna het vuur op eigen troepen.

Aangesloten aan het 5e eskadron van Nijhof, noord van de spoorweg Arnhem-Ede, lag het onder bevel van het 4e regiment gestelde 2e eskadron van het 3e Regiment Huzaren (2-3RH). Dit eskadron, onder commando van ritmeester van der Voort van Zij, had als opdracht en vertragend gevecht te voeren langs de Amsterdamsche Weg richting Ede. De geplande vernieling van de weg bij Schweizerhöhe, zo’n vier kilometer richting Ede, kon niet geheel worden uitgevoerd, de beloofde landmijnen arriveerden pas rond 11:00h en de zaagploeg van de genie kwam niet opdagen.

Een vijandelijk vliegtuig beschoot het eskadron waardoor zeventien paarden op hol sloegen. Negen paarden gingen raakten gewond of sloegen op de vlucht. Van vluchtende burgers begreep Van der Voort van Zij dat de paarden in Arnhem waren opgevangen. Omdat hij nog geen enkel vermoeden had van vijandelijke grondtropen stuurde hij wachtmeester Katuin en de huzaren Post, Van der Nat en Van Pelt met een auto naar Arnhem om de paarden op te gaan halen. Deze mannen keerden niet terug en werden als vermist opgegeven. Waarschijnlijk reden zij nietsvermoedend recht in de armen van de voorste eenheid van SS-Regiment “Der Führer”, dat toen al in Arnhem was gearriveerd.

Rond 11:40 kreeg het eskadron de opdracht de opdracht om, tegelijkertijd met de terugtrekking van het zuidelijk gelegen 5e eskadron, terug te vallen op Langenberg. Direct nadat Van der Voort van Zij orders had uit gegeven aan zijn groepscommandanten kreeg hij rond 11:50h de order om in stelling te blijven:

“stelling handhaven, vijand niet sterk”

Omdat de vernieling van de weg niet volledig was uitgevoerd besloot hij toch om terug te trekken. Dus zonder verder enig vuurcontact gehad te hebben trok het eskadron, gelijktijdig met het 5e eskadron, terug in westelijke richting.

Na ongeveer 6 kilometer te hebben verplaatst werd bij de Ginkelse Heide een achterhoedebeveiliging gepositioneerd. Het was niet de bedoeling dat deze eenheid in gevecht zou geraken, zij had slechts een waarschuwende taak. Deze groep bestond uit kornet Graaf van Limburg Stirum, korporaal Bonkerk en de huzaren Dijkers en Kuperus. Zij verschansten zich op de bovenverdieping van Herberg Zuid-Ginkel. Vanuit deze positie had de groep een goed zicht en schootsveld van zo’n 500 meter in de richting van de vijand.

Het plan was om vijand waar te nemen, te vertragen en dan per motorfiets terug te trekken op de hoofdeenheid.

Tegelijkertijd ondervonden de Duitsers bij Renkum sterke weerstand door het 5e eskadron. Besloten werd om een patrouille van de 15e Kradschützen Kompanie een Noordelijke route te laten verkennen. Deze patrouille stuitte op de groep van Van Limburg Stirum.

Van Limburg Stirum nam een gemotoriseerde SS-formatie waar, komende uit de richting van Arnhem. Hij liet direct met de lichte mitrailleur het vuur openen waarop de Duitsers zich terug trokken. Hierna besloot hij om volgens opdracht terug te trekken.

Ondertussen hadden Duitse motorrijders onder zichtdekking van een bomenrij een omtrekkende beweging gemaakt langs de schaapskooi en naderden de herberg vanaf de Wijde Veldweg. Van Limburg Stirum nam met de lichte mitrailleur de vijand onder vuur met het idee dat zijn mannen onder dit dekkingsvuur konden ontkomen. Bonkerk en Dijkers werden bij het naar buiten gaan dodelijk getroffen. De munitie van de lichte mitrailleur was verschoten waarna Van Limburg Stirum niets anders restte dan zich zelf over te geven. Bij het naar buiten gaan werd ook hij direct geraakt en overleed ter plekke.

Kornet Van Limburg Stirum is postuum onderscheiden met het Bronzen Kruis. Herberg Zuid-Ginkel heet nu Juffrouw Tok, hier bevindt zich ook een klein monument ter nagedachtenis aan de gesneuvelde drie huzaren.

Huzaar Kuperus hield zich binnen verstopt. Toen de herberg op een of andere manier onder Nederlands artillerievuur kwam te liggen trokken de Duitsers terug waardoor Kuperus de kans kreeg om, vermomd als boer, op een geleende fiets via de Kreelseweg de eigen linies te bereiken. Rond 18:30h rapporteerde hij aan de eskadronscommandant dat Bonkerk en Dukers waren gesneuveld. Hij was niet zeker van welk lot Van Limburg Stirum had getroffen. Hij rapporteerde ook het verlies van één lichte mitrailleur en twee motorfietsen.

’s Avonds verplaatste het 2e eskadron naar Leersum om op 11 mei ingezet te worden voor de jacht op niet bestaande parachutisten.

Het 1e eskadron van ritmeester Feist had in de derde lijn stelling betrokken in de bosrand aan de westzijde van de Ginkelse Heide, tussen de verkeersweg en de spoorlijn. Het eskadron was versterkt met één peloton pantserwagens. Eén peloton was opgesteld bij de verkeersweg. Het peloton pantserwagen en de beide mitrailleurgroepen verdekt opgesteld in de bosrand en twee pelotons langs de spoorlijn.

In de late middag kwam het eskadron onder vijandelijk artillerievuur te liggen. Onder dekking van dit vuur naderden Duitse infanterie eenheden in gevechtsformatie over de heide. Het eskadron opende het vuur en wist de Duitsers vast te pinnen.

Net als de andere eskadrons kreeg Feist in de vroege avond de opdracht om terug te trekken naar Leersum.

Nadat alle eskadrons naar Leersum waren terug getrokken waren er op vrijdagavond 11 mei geen eigen troepen meer in het voorterrein van 8RI. De Duitse eenheden konden zonder tegenstand doortrekken richting Wageningen en daar consolideren en reorganiseren. Teneinde zich gereed maken voor de aanval op de Grebbeberg. De start van de aanval op het voorpostengebied werd vastgesteld op zaterdagmorgen 10:00h.